donderdag 16 juni 2011

De plaatsingspuzzel


Ook dit jaar hebben we weer meer dan 90 studenten geplaatst op de 17 scholen die STAIJ rijk is, op naar volgend schooljaar, met dank aan de stagecoördinatoren.

Onlangs hebben we weer een stagecoördinatorenbijeenkomst georganiseerd. Een stagecoördinator is de schakel tussen de mentoren, studenten en opleiders.De stagecoördinator deelt de studenten in bij de mentoren en houdt meteen in de gaten waar deze student het tweede semester geplaatst kan worden.
De stagecoördinator bespreekt met de mentor hoe het met de studenten tijdens de stage gaat en helpt de mentoren herinneren aan het invullen van de formulieren. Ook studenten kunnen de stagecoördinatoren benaderen. Zij kunnen een vraag stellen over hun leertaak, een vraag voor een opdracht op school, een verzoek voor het tweede semester, een sollicitatie voor een LiO-plaats of om hulp te vragen om de stageperiode positief door te zetten in de betreffende stageklas.  

Wij, OIS-STAIJ, zijn de stagecoördinatoren dankbaar voor hun inzet. Wij vinden het fijn als we optimaal samenwerken waardoor we elkaar versterken. We ervaren dat we vertrouwd met elkaar raken wat ten goede komt aan de plaatsing van de studenten.

Door de verscheidenheid aan scholen binnen het bestuur is het interessant om verschillend soort onderwijs, verschillende mentoren en een andere samenstelling van klassen en kinderen te ervaren. Dat ervaren wij als de kracht van Samen tussen Amstel en IJ voor het aanbod voor de studenten.

Uiteraard hopen we dat de eerstejaars studenten kiezen om bij STAIJ te blijven. We hopen dat de derdejaars een LiO-plaats vinden binnen STAIJ en dat afstudeerders zich zo thuis voelen dat ze graag bij ons willen blijven werken.

Net zoals ik zelf in 1997 ervoor koos om op mijn huidige school te blijven werken..

Beike van den Eeden
Opleider in school STAIJ en stagecoördinator STAIJ
Leerkracht en stagecoördinator 4e Montessorischool De Pinksterbloem

dinsdag 31 mei 2011

Zahra en Khadija

Hieronder staat een filmpje van twee eerstejaars studenten. Zij vertellen over hun ervaring tijdens een introctiemiddag op de 4e Montessorischool. Zij staan voor de keus voor welke opleidingsschool zij willen kiezen.

http://www.youtube.com/my_videos?feature=mhee

Beike

woensdag 11 mei 2011

Onderzoeksmatig werken


Voor studenten wordt onderzoek doen en onderzoeksmatig kijken naar hun eigen handelen steeds belangrijker. Terecht kan de vraag gesteld worden; “Worden zij daar een betere leerkracht van?”. Wij zijn van mening dat dit wel het geval is. Door kritisch te kijken en systematisch te volgen kijk je als student inzicht in de gevolgen van bepaalde handelingen. Het gaat niet om ontwikkelen van nieuwe kennis, maar helpt bij het oplossen van praktische vraagstukken en verbeteren van de praktijk. Het maakt nieuwsgierig en werkt van binnenuit op een vraag van een student of leerkracht. 
Er wordt gewerkt met een hypothese vooraf (wat denk ik dat de uitslag wordt/ het antwoord op de gestelde vraag is). Daarna wordt er door middel van enquêtes, interviews, uitslagen van een leerlingvolgsysteem e.d. informatie verzameld en gekeken of het klopt met de eigen hypothese. Zo zijn er afgelopen half jaar studenten bezig geweest met het volgen van leerlingen op rekengebied; er werd gekeken welke CITOscore zij hadden in groep 2 (M2) en daarna welke score dezelfde kinderen hadden behaald in groep 6 (E6). 


De hypothese was: “Wij denken dat de uitslag van E6 rekenen hoger uitvalt omdat er in de tussenliggende jaren aan de verbeterpunten is gewerkt wat uit de uitslag van M2 ordenen is gekomen.
Wij denken dat er tussen regulier en Montessori weinig tot geen verschil zal zijn.” 
Natuurlijk hoeven deze studenten geen wetenschappelijk onderzoek te doen en zijn de conclusies erg voorzichtig gesteld. Maar de voorzichtige gevolgen van deze vergelijking is dat er een groot verschil is tussen de scholen.




Blauw:                        gelijk gebleven score
Groen:                         stijging in score
Rood:                          daling in score



Daarna proberen de studenten ook hiervoor mogelijke verklaringen te vinden.
“Onze theorie 
De leerlingen in het regulier onderwijs dalen volgens de resultaten met CITO omdat ze worden getraind in de vaardigheden die volgens CITO getoetst worden in de kleutergroep, maar worden niet voorbereid op de toetsen van hogere leerjaren omdat die gebaseerd zijn op getalbegrip. In het Montessori scoren de leerlingen in de kleutergroep minder hoog, omdat ze niet overwegend getraind worden op ordenen voor het CITO, maar ze stijgen of blijven gelijk omdat ze in de kleuterklas wel worden voorbereid op de Cito-toetsen die gebaseerd zijn op getalbegrip in de hogere leerjaren. 
Dus eigenlijk zou ons advies aan CITO zijn dat zij hun CITO toets rekenen bij de kleuters zouden aanpassen, zodat deze meer toetst wat te maken heeft met getalbegrip.”  

Jeantine Geleijnse
PABO van de HvA onderwijs en opvoeding

UPvA studenten onderzoeken misconcepten en ontwerpen lesmateriaal voor W&T




In dit laatste opleidingsblok van onze eerstejaars UPvA studenten staan uiteraard weer leerkrachtvaardigheden met onderzoeksvaardigheden centraal.  Deze keer heeft Welmoet Damsma van de (Universitaire) Pabo de opdrachten voor onze ULP 5 (Universitaire Leraren Praktijk) ontworpen.
Het eerste doel is dat de studenten inzicht krijgen in het denken van kinderen op het gebied van wetenschap en techniek. Het tweede doel is dat de studenten effectief lesmateriaal leren ontwikkelen over een specifiek natuurwetenschappelijk concept.
De studenten krijgen informatie en inspiratie via de colleges van Welmoet en onze ULP-bijeenkomsten op donderdagochtend. De instituutsopleider en de academische opleider in school verbinden deze donderdagen de Engelse onderzoeksliteratuur over misconcepten (of “naïeve concepten” ) van kinderen op het gebied van wetenschap en techniek met de verschillende praktijken van lesgeven op de stagescholen.  
Studenten hebben van ons literatuur m.b.t. gespreksvaardigheden met kinderen gekregen en verwijzingen naar bronnen zoals de websites http://www.talentenkracht.nl en http://www.wtwijzer.nl. met o.a. de Leerlijn Onderzoeken en Ontdekkend Leren. Hoe gebruiken onze studenten deze theorie voor hun stagepraktijk? Wat doen ze praktisch?
-       Ze kiezen in tweetallen een bekend misconcept, interviewen daar kinderen over en nemen dat  op video op. Belangrijk voor het leren opzetten en uitvoeren van een open vraaggesprek met kinderen!
-       Deze interviews gebruiken ze voor een concrete beginsituatie voor het opzetten en uitvoeren van een lessenserie volgens de 7 stappen didactiek. Belangrijk om te oefenen met deze didactische werkvorm en om W&T-doelen te leren formuleren voor een bepaalde leeftijdsgroep kinderen.
-       De lessencyclus, met de doelen en een evaluatiemiddel presenteren onze studenten aan studenten van een andere opleidingsschool (Sirius) . Ze leren vragen om feedback om hun materiaal nog te kunnen bijstellen. Belangrijk om te leren inschatten of de doelen die je wilt bereiken ook met deze materialen en werkwijzen te bereiken zijn! 
-       De lessencyclus wordt met z’n tweeën uitgeprobeerd en studenten oefenen “participerend te observeren” tijdens de lessen.
De interviews, de lessencyclus, de resultaten en het eigen proces van onderzoek en ontwerp worden in een verslag geanalyseerd en weer verbonden met de literatuur. Op hun eigen rol wordt gereflecteerd.
Zo hebben we in dit proces samen ook een groot deel van de didactiek zelf ervaren: vanaf de confrontatie met de misconcepten, door verkenning, experimenteren en presenteren een conclusie trekken en dat weer presenteren in een verslag. Verdieping komt in de blokken 7 en 8 in het 2e jaar.

En oh ja, de studenten moeten ook nog op eigen niveau een essay schrijven over hun gekozen concept uit de lessencyclus. Dus niet op kindniveau maar op volwassen niveau! Ik zal ze graag lezen en als bron bewaren. Want als ik iets heb geleerd van deze ULP, dan is het wel dat mijn eigen kennis van Natuur en Techniek nog steeds heel wat misconcepten en preconcepten bevat!



Olga Roos 
Academische opleider in school

donderdag 7 april 2011

Conceptcartoons stimuleren onderzoekshouding

Binnen het profiel "onderzoekend en ontwerpend leren" werkt de opleidingsschool STAIJ samen met het lectoraat Wetenschap&Techniek van de Hogeschool van Amsterdam.  Uit die samenwerking is een mooie publicatie ontstaan over het gebruik van concept-cartoons bij kinderen op de basisschool. Nieuwsgierig? Lees het artikel.





woensdag 6 april 2011

Onderzoeksverslag


Twee leerlingen van de 8e Montessorischool Zeeburg hebben onderzoek gedaan met sensoren. Zij hebben sensoren en laptops van school mee naar huis genomen, omdat hun onderzoek op school niet uitvoerbaar was. Hieronder hun verslag. 

Techniek

Kun je met suiker strooien als het glad is?

Wij zijn Lotte en Romeo uit groep 7A. We hebben proefjes met zout en suiker gedaan. Dit deden we om te kijken of je tegen gladheid in de winter ook met suiker kunt strooien in plaats van met zout.

We hebben in een diepvries zout water en zoet water bevroren. Dat water deden wij eerst in drinkpakjes. Daarna stopten we er een computerthermometer bij. Dan deden wij het in de diepvries.

Bij het vriespunt koelt het water niet verder af. De temperatuur blijft gelijk totdat al het water bevroren is in ijs. Daarna koelt het ijs verder af. Maar ijs koelt langzamer dan het water.  Kijk maar naar onze metingen in de eerste grafiek.

Je ziet dat water met meer zout bevriest bij steeds lagere temperatuur. Water met suiker bevriest ook pas bij lagere temperatuur dan water met niks erin.

En zolang het water niet bevriest, is het niet glad. Dus je kunt met suiker strooien tegen gladheid. Maar suiker werkt minder goed dan zout. En suiker is duurder. Bovendien worden de wegen dan wel heel lekker. En vriezen er misschien likkende kinderen en dieren vast aan de brug. Dat gebeurde zonder suiker ook al zelfs honderd jaar geleden. Lees maar in de Winschoter Courant van 29 januari 1895.

Uit de eerste grafiek hebben we de vriestemperaturen gehaald van zout water. In de tweede grafiek hebben we die vriestemperaturen uitgezet tegen de hoeveelheid zout. Nu weet je hoeveel zout je moet strooien als het vriest en er regen valt.



Wij hebben nu nieuwe vragen:
Hoe zou deze grafiek eruit zien voor suiker?
En kun je ook peper strooien tegen gladheid?
Misschien kun jij de antwoorden uitzoeken bij techniek.

Lotte & Romeo

Gaten


Gaten vind je overal. Gaten in je kleding. Gaten in je huis. Gaten in voorwerpen. Gaten in de natuur. Jonge kleuters "prutsen" graag in   gaatjes of door het peuteren ontstaan gaatjes. Ze zijn geboeid door allerlei gaten en gaatjes.Een gat wekt heel wat nieuwsgierigheid op. Kleuters maken graag gaatjes en steken ook graag dingen in gaatjes. Er zijn gaatjes die kinderen fascineren, gaatjes die gevaar kunnen opleveren, gaatjes die kinderen leuk vinden, gaatjes die lastig zijn zoals knoopsgaten. Deze tekst gebruikte  ik om de collega’s van de onderbouw van de JP Coen school tijdens de studiedag over Wetenschap en Techniek in contact te brengen met de uitdagende wereld van het onderwerp ‘gaatjes’. Het doel van het  thema is om kinderen te laten nadenken over het feit dat voorwerpen met gaten vaak gemaakt zijn met een duidelijk doel en ongemerkt te laten oefenen met classificeren, tellen en woordenschatontwikkeling. De grootte en hoeveelheid van gaten heeft consequenties en zorgen ervoor dat bepaalde dingen gebeuren of juist niet gebeuren. Natuurlijk praten we over welke mogelijk functies de voorwerpen hebben maar ook worden de kinderen uitgedaagd om groepen te maken en te sorteren. Welke categorieën zijn er te benoemen? Dit geeft echt stof tot nadenken want er zijn meerdere mogelijkheden: functie, kleur, materiaal, hoeveelheid gaatjes, van groot naar klein , van hard naar zacht en ga zo maar door. Als volwassene sta je ook te kijken van de hoeveelheid mogelijkheden. In de onderbouw van de JP Coen verzamelden de collega’s samen met de kinderen een grote hoeveelheid voorwerpen met gaatjes en deden enthousiast onderzoek naar alle toepassingen en mogelijkheden. Ook werd er geëxperimenteerd met een laken met gaatjes. Kinderen konden zo de klas in via een gat of bedachten zelf allerlei toepassingen. Een ogenschijnlijk simpel onderwerp bleek een wereld vol gesprek en vragen op te leveren.

René Onclin
Instituutsopleider wetenschap & techniek

donderdag 31 maart 2011

Even voorstellen...

Mijn naam is Iris Heersink-Broekhuizen en ik ben als project-medewerker aangesteld binnen Opleidingsschool STAIJ. Daarnaast ben ik als medewerker Werkplekleren op de Pabo HvA betrokken bij het optimaliseren en vernieuwen van processen die betrekking hebben op het werkplekleren.
Met de start van het nieuwe schooljaar wordt er een nieuw Studenten Informatie Systeem (SIS) in gebruik genomen. SIS is vergelijkbaar met een leerlingvolgsysteem en zal HvA breed ingezet worden.  Hierin zullen alle gegevens die bekend zijn van een student vanuit de verschillende afdelingen (o.a. studentenzaken en cijferadministratie) op één plek worden geregistreerd zodat de laatste stand van zaken rondom een student voor iedereen inzichtelijk wordt. Dit leidt hopelijk tot minder ruis in de communicatie. SIS zal ook gekoppeld worden aan het nieuwe stagesysteem zodat wij bijvoorbeeld eerder weten wanneer een student zich heeft uitgeschreven voor de opleiding en dus geen stageplaats meer nodig heeft.

Ook leuk om te weten….
Met ingang van het nieuwe studiejaar zullen alle Pabo HvA studenten weer te vinden zijn in en rondom het gerenoveerde Kohnstammhuis, dat onderdeel is van de Amstelcampus. Ben je benieuwd hoe dat er uit gaat zien? Neem dan gerust een kijkje op www.amstelcampus.com .
Terug naar het bruisende centrum van Amsterdam!

Iris Heersink-Broekhuizen
project-medewerker

maandag 28 maart 2011

STAIJ levert twee vindplaatsscholen Wetenschap en Techniek

 
Ik laat graag weten dat zowel de 5e Montessorischool als de 8e Montessorischool worden voorgedragen aan het platform BETA-TECHNIEK als vindplaatsschool in een nieuw onderwijsstimuleringstraject "Ruimte voor talent".
Het project "Ruimte voor talent" zal lopen tot 2016. Dat wij nu in dat project een belangrijke positie innemen met twee scholen die kwalitatief herkend zijn als voorlopers op het gebied van "Wetenschap en Techniek" en "Onderzoekend en Ontwerpend leren", is grote winst voor STAIJ.
Het betekent:
  • Borging van activiteiten gestart in ons Excellentie-programma-basisonderwijs
  • Verdere verdieping van het profiel van de Opleidingsschool STAIJ "onderzoekend en ontwerpend leren".
  • Uitbouw van onze interne scholingsrichting; het  koppelen van vindplaatsscholen aan netwerkscholen.
  • Vanuit het profiel van de opleidingsschool een impuls op schoolontwikkeling in ons eigen netwerk.
  • Op korte termijn voor deze twee vindplaastscholen een financíële impuls voor hun eigen school ontwikkeling en ook een impuls om een netwerkstructuur binnen STAIJ in gang te zetten.
  • Op de langere termijn een financiële impuls voor de netwerkscholen rondom de twee vindplaatsscholen.
Het is nu even afwachten welke strategische beslissingen er voor de lange termijn genomen gaan worden en welke middelen daarbij beschikbaar worden gesteld. Dat zal voor een deel bepalen hoe wij ons netwerk kunnen gaan inrichten. Het idee is rondom elke vindplaatsschool 4 netwerkscholen te laten aanhaken. De regie op dat wat ontwikkeld wordt, ligt bij de vindplaatsschool, netwerk scholen haken aan omdat zij opgedane expertise kunnen benutten binnen hun eigen ontwikkelperspectief.
Willem Plomp
Hoofd opleidingen STAIJ

STAIJ scholen leveren kwaliteit!!

De afgelopen weken heeft onze beleidsmedewerker kwaliteitszorg van alle scholen de CITO-rapportage ontvangen. Uitstekend nieuws is dat de scores in het algemeen hoger liggen dan de voorgaande jaren en dat geen enkele school onder het landelijk gemiddelde zit! 
Dit is een mooi beeld waar we met de stichting trots op mogen zijn!

Willem Plomp
Hoofd opleidingen STAIJ

woensdag 23 maart 2011

UPvA studenten ontwerpen nieuw observatie-instrument

Bij onze eerstejaars UPvA studenten staat in een opleidingsblok een leerkrachtvaardigheid en een onderzoeksvaardigheid centraal. Dit vierde opleidingsblok gaat over Realistisch Rekenen. De studenten krijgen les en literatuur over de vijf kenmerken van realistisch rekenen en oefenen voor hun tentamens en eigen vaardigheid. Ze passen lessen uit methoden aan of ontwerpen eigen lessen en reflecteren dan met behulp van hun stagementoren, opleiders en elkaar op die al of niet gegeven lessen in hun stageklas.


Daarnaast hebben ze met elkaar een observatie-instrument ontworpen. In koppels werden eerst per uitgangspunt van realistisch rekenen observatie-items bedacht. Met de hele groep werd gekozen voor de beste formuleringen en items. Dit proces: van uitgangspunt... naar leerkrachtgedrag... naar observeerbaar  leerkrachtgedrag... naar observatie-item met uitleg heeft geleid tot een observatie-instrument dat antwoord geeft op de vraag: “ In hoeverre voldoet deze les aan de kenmerken van realistisch rekenen?”

Bijvoorbeeld:
Uitgangspunten realistisch rekenen
Leerkracht gedrag
Observeerbaar
Leerkrachtgedrag
Observatie item
Verklaring/uitleg

Aspect 3:
Ruimte voor eigen inbreng van leerlingen

De leerkracht stimuleert het bedenken van eigen oplossingsstrategieën.

De leerkracht geeft leerlingen de gelegenheid eerst zelf oplossingen te bedenken.
De leerkracht biedt bij de introductie van de som geen oplossingsstrategie aan.
Een dergelijke introductie van een som kan gedurende de hele les aanbod komen. Het is dus niet per definitie de introductie van de les.

Daarna moest er natuurlijk gekeken worden of het instrument betrouwbaar was.
De “interbeoordeaarsbetrouwbaarheid” werd bekeken door alle studenten een rekenles op video te laten scoren en de antwoorden te vergelijken. Soms moest er dan een formulering worden aangepast.
Het observatie-intrument wordt nu op verschillende manieren in de stage gebruikt. Studenten gebruiken het om bewuster rekenlessen voor te bereiden. Mentoren en studenten observeren elkaar om feedback te geven en te reflecteren.
Zo puzzelen we samen verder aan mooi onderwijs...
Reageer op dit blog als je interesse hebt in het gehele observatie-instrument!

Olga Roos 
Academische opleider in school bij STAIJ

woensdag 16 maart 2011

Spelen in de zandbak

Woensdag 9 maart  naar de Wetenschapsacademie “Ontdek de wetenschapper in je….”, georganiseerd door het Wetenschapsknooppunt Utrecht en het Freudenthal Instituut.
Wetenschapsknooppunten zijn ingesteld om talenten van leerlingen in het basisonderwijs te ontdekken en te ontwikkelen en universiteiten, hogescholen, het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs duurzaam met elkaar te verbinden.
Ik ga er heen om nieuwe ideeën op te doen en om te netwerken.

In de sprankelende hoofdlezing van Dr. Maarten Kleinhans (Trekken aan de staart van een leeuw: leren en motiveren door experimenteren) laat hij met voorbeelden zien dat het maar de vraag is of met overdracht van informatie ook begrip wordt overgedragen dat kinderen in andere contexten kunnen toepassen. Door te trekken aan de staart van de leeuw leer je andere dingen over die leeuw dan door er alleen maar naar te kijken….
Na de lezing met nog zo’n 15 andere nieuwsgierigen o.l.v. Maarten Kleinhans afgedaald naar de kelders van de faculteit Geowetenschappen. In een grote zandbak met stromend water konden wij zien welke fenomenen ontstaan in rivieren en delta’s. En zelf de effecten onderzoeken van rivierkundige ingrepen, zoals dijken en dammen. Spelen met zand en water, het blijft leuk. 

Anke van der Veen
Opleider in school W&T

woensdag 9 maart 2011

Activiteiten in het kader van het profiel van de opleidingsschool "onderzoekend en ontwerpend leren"


De dag van wetenschap en techniek

In het lokaal van juf Margriet mochten wij filmpjes bekijken en achter de computer gaan om de vragen van een quiz te beantwoorden.
Ik  had  een   quiz  gedaan  over  de  ruimte. Ik kreeg vragen over de ruimte en over de maan. Ik kreeg tien vragen over de ruimte en de maan. Ik had een  film  gekeken over raketten. Het gingen over raketten die vliegen.
Ik zag ook bij een van de mensen bij de overblijf een foliepapier omhoogvliegen. Daarna zag ik het foliepapier op de grond vallen. Daarna ging ik verder kijken. Toen ging ik een raket bouwen. Ik had het met een ballon en een rietje gebouwd. Daarna moesten wij stoppen. We deden toen iets met de hele klas. Wij moesten onze ogen dicht doen. We moesten toen denken dat we in een ruimteschip waren en dat de ruimteschip ging draaien. Daarna gingen we naar de klas. Ik vond het leuk en leerzaam. De leukste opdracht die ik had gedaan was de quiz.

Ayoub
groep 4

Activiteiten in het kader van het profiel van de opleidingsschool "onderzoekend en ontwerpend leren"

Een indrukwekkende samenwerking tussen de J.P. Coenschool en studenten
Opening van het wetenschap en techniek project.

Een ruimteschip voor de astronauten,  een echte maanlanding op TV,  proefjes  m.b.t. zwaartekracht en licht; het waren de ingrediënten door studenten verzorgd in donkere ruimtes met een geheimzinnige sfeer.
De studenten waren verkleed als astronaut en vertelden dat zij zich met een raket gingen laten afschieten naar de maan. Dat gebeurde met veel lawaai en sommige kinderen vonden dat wel een beetje eng.
Daarna werden de kinderen opgesplitst in tweetallen en gingen per tweetal de tentoonstelling bekijken, die in de overblijfruimte en het handvaardigheid lokaal was ingericht. De opdrachten die de studenten hadden gemaakt waren heel verschillend: van het doen van een quiz en werken met luchtdruk tot een memoryspel met verschillende figuren. Dit sprak de kinderen aan.
Conclusie:
De kinderen hebben een indrukwekkende start gehad, gingen enthousiast de tentoonstelling bekijken en de opdrachten uitvoeren.  Ze vroegen ook of het project op dezelfde manier zou worden afgesloten, maar dat was helaas niet zo het geval. Wel jammer want dan hadden de studenten ook een idee gehad hoeveel de kinderen er bij hadden geleerd in twee weken tijd.
Die twee weken waren voor iedereen, studenten, leerkrachten en kinderen leerzaam en boeiend!

Jannie Tuin

maandag 7 maart 2011

Mentorentraining in volle gang

De tweede ronde mentorentraining is op dit moment in volle gang.
Vijftien enthousiaste mentoren doen mee aan de training die verzorgd wordt door Jeantine Geleijnse (instituutsopleider van de HvA-PABO) en Willem Plomp (opleider in school STAIJ).

De bedoeling van de training?

Centraal in alle bijeenkomsten staan de vragen:
Hoe begeleid ik het leren van de student binnen het concept van opleiden in school?
Hoe beoordeel ik de student binnen het concept van opleiden in school?

Specifieker gaat het om:
·       Leren van de student in de competenties: het leren van de student begeleiden en beoordelen als het gaat om vakspecifieke competenties, vastgelegd in de competentie beschrijvingen hoe begeleid en beoordeel je daarin?
·       Het leren leren van de student begeleiden: waar en wanneer ben je sturend, afwachtend, coachend, voorbeeld. Hoeveel rollen kun je innemen?
·       Hoe maak je duidelijk wanneer je beoordeelt om te leren of wanneer je beoordeelt om te beslissen.
·       Het leren van de student begeleiden binnen de structuur van de opleidingsschool: waar liggen welke verantwoordelijkheden, welke personen/rollen zijn betrokken bij studenten, waar kun je invloed uitoefenen op wat?

We benutten in de training de volgende documenten/instrumenten:
·         De PABO competentielijsten, nieuw (en oud). (wat moeten studenten kunnen, weten?)
·         De Velon-competenties voor opleiders (een selectie daaruit) (wat moeten mentoren kunnen, weten?)
·         De cirkel van Korthagen (Hoe leren studenten reflecteren en hoe begeleid je dat?)
·         De roos van Leary (Welke rollen kan ik innemen als mentor)
·         Het model van de logische niveaus van overtuigingen. (krachtig reflectie instrument, ordent overtuigingen)
·         Gespreksinterventies
·         De mentorenhandleiding met daarin de belangrijkste begeleidende en beoordelende formulieren. (Hoe doen we het praktisch?)

We passen de instrumenten in de training op onszelf toe en maken vervolgens de vertaalslag naar het begeleiden en beoordelen van studenten.
In de training ordenen we volgens tijd - volgordelijkheid van een semester. Van ontvangst van de student, naar samen starten, naar begeleiden en beoordelen.

Over een een aantal weken plaatsen we een filmpje waarin mentoren terugblikken op de training. Wat heeft het ze opgeleverd?
Wat gaat het onze studenten opleveren?

Willem Plomp
Hoofd opleidingen STAIJ

donderdag 3 maart 2011

Sinds kort hebben opleiders een handycam!

De laatste 2 maanden heb ik een klein filmcamera'tje tot mijn beschikking en ik vind het een geweldig begeleidingsmiddel.
Ik kom tot allerlei ontdekkingen: een klas kinderen vindt het blijkbaar niets bijzonders als er een vreemde door de klas loopt te filmen en reageert eigenlijk niet.

De camera zorgt vooral voor bewustwording van de sterke punten van een student. het is een fijn middel om mooie momenten te kunnen laten zien aan een student. Een compliment als 'Je kijkt aandachtig naar een kind waarmee je in gesprek bent' komt vele malen beter over wanneer ik het kan illustreren met bewegend beeld: 'Zie je hoe open je hier de klas rondkijkt?'. Studenten worden zich veel sneller bewust van zichzelf en hun sterke kanten.

De camera's zijn een welkome aanvulling op mijn werk, én we gaan met onze tijd mee. Ik ben nu al benieuwd met welke gadgets ik over een paar jaar studenten kan helpen!

Saskia Struijk

Vanuit de studentengroep jaar 2 en 3

Onderzoek is een belangrijk item is geworden op de Pabo. In het gehele onderwijs zijn de tweedejaarsstudenten bezig met een onderzoeksleertaak met als algemeen onderwerp “Onderwijs ontwerpen”.  Zo zal de ene student verhalend ontwerpen als uitgangspunten nemen en de betrokkenheid gaan ‘meten’. Een ander heeft samenwerkend leren en de invloed hiervan op de leerprestaties als onderwerp genomen. Ook thematisch en ontdekkend/onderzoekend leren kunnen als thema worden gekozen. Naast de uitvoering van bijvoorbeeld het verhalend ontwerp zal er dus kritisch moeten worden gekeken naar de resultaten en effecten van dit type onderwijs.


Naast dit thema en de onderzoeksmatige manier van werken zijn derde- en tweedejaars aan de slag gegaan met nieuwe schoolgebonden leertaken. Voorbeelden zijn het schrijven van opdrachtkaarten voor onderzoekend en ontdekkend leren zodat kinderen zelfstandig aan de slag kunnen in een atelier, welke groepshandelingsplannen passen er bij handelingsgericht werken, hoe help ik kinderen van het kinderpersbureau in het maken van goede interviews, fotoreportages e.d., hoe zetten we nieuwe, grote, verrijdbare beeldschermen in bij bijvoorbeeld wereldoriëntatie en hoe maak ik een stappenplan waarin kinderen van groep 3 tot en met 8 een goede opbouw aangeleerd krijgen voor het maken van een werkstuk.

In de studentenbijeenkomsten op woensdagmorgen wordt ook de inbreng van de studenten zelf gevraagd; naast presentaties en workshops over inhoudelijke onderwerpen verbonden aan het centrale thema laten studenten ook eigen videobeelden zien van hun lesgeefsituatie. Zij stellen er een vraag bij die de anderen gaan beantwoorden, bijvoorbeeld; “Wat vinden jullie van mijn instructie” of “Ik wil de betrokkenheid van de kinderen verhogen; ben ik daarin geslaagd in dit fragment” of “Het wordt wat onrustig; hoe kan ik dit de volgende keer voorkomen?” Ook zijn studenten steeds op zoek naar nieuwe of andere manieren van presenteren. Zoals vandaag; de presentatie werd gegeven via Prezi (voor de liefhebber: http://prezi.com) ; een verrassende manier en een keer iets anders dan de powerpointpresentaties.


Jeantine Geleijnse

woensdag 2 maart 2011

EK Badminton

Als coördinator bewegingsonderwijs van Samen tussen Amstel en IJ houd ik me o.a. bezig met het verhogen van de kwaliteit van het bewegingsonderwijs op onze scholen. Eén van de middelen is de lijntjes met de opleidingen kort te houden. De ALO leidt op tot 1e graads gymleraren, die bevoegd zijn voor alle soorten onderwijs. De PABO biedt afstuderende studenten een tweejarig traject om gym te mogen geven op basisscholen middels de leergang bevoegdheid bewegingsonderwijs. Zowel met de ALO als de PABO hebben we afspraken gemaakt om jaarlijks stagiaires een plek te beiden op één van onze scholen en ze vakkundig te begeleiden. Voor onze gymleraren ook een prima gelegenheid om de ontwikkelingen op de opleidingen te blijven volgen en de vakkennis en -didactiek op peil te houden.

Vanuit genoemde rol kreeg ik van stadsdeel Oost een uitnodiging om met een aantal leerlingen van De Kleine Kapitein als Jeugd VIP naar de EK badminton voor landenteams in sporthallen Zuid te gaan. Dit was de apotheose van een project van DMO sport en recreatie in samenwerking met Amsterdamse PO en VO scholen waarin wekenlang onder schooltijd en tijdens de sportinstuiven veel aandacht aan badminton besteed werd. Naast vaardigheidstestjes en leuke prijsjes mochten de 70 deelnemers enkele wedstrijden vanaf de tribune bekijken. De foto is gemaakt na afloop door een journalist van de het blad Badminton Info waarin volgende maand ook een kort interview met deze leerlingen staat. Meer over het EK badminton op http://www.dmo.amsterdam.nl/sport

Guido Melis



dinsdag 8 februari 2011

OIS STAIJ een eigen logo

Met veel plezier tonen we het kersverse logo van onze opleidingsschool nu voor het eerst aan de buitenwereld.

maandag 3 januari 2011

Opleiden in school doe je samen: Laterna Magica wint onderwijsprijs

Amsterdamse basisschool Laterna Magica heeft gistermiddag de 1e prijs gewonnen met haar Evenementen- leerbureau. Laterna Magica is hiermee genomineerd voor de landelijke onderwijsprijs die in maart wordt uitgereikt in de Beurs van Berlage.

Hieronder het juryrapport van het winnende project.

Laterna Magica biedt in het evenementenleerbureau " Toon je organisatietalent" een stageomgeving voor studenten van het HBO, voortgezet onderwijs en eigen bovenbouwleerlingen. Het leerbureau organiseert activiteiten als de sportdag, midwinterdiner, de sinterklaasintocht, een ouderschoolfeest, een schaatswedstrijd, de avondvierdaagse en een talentenshow. De stagiaires leren  organiseren, programmeren, draaiboeken maken, checklisten afwerken, budgetteren, publiciteit genereren, uitvoeren en evalueren. Ieder op eigen niveau, waarbij ze worden aangestuurd en begeleid door een professionele vaste functionaris binnen school.


Een bijzonder en buitengewoon origineel project, aldus de jury. Een basisschool die een eigen stagebureau heeft opgericht om studenten aan te trekken voor diverse activiteiten in de school. Het lijkt het welbekende ei van Columbus.
Elke school kampt met het probleem: de evenementen die jaarlijks op het programma staan, leggen flink beslag op de tijd van het lerarenteam (en veelal tweeverdienende ouders)
Nog afgezien van het feit, dat veel activiteiten een steeds grotere mate van professionaliteit vereisten. En dat heeft niet iedereen in huis.

Laterna Magica heeft met het evenementenbureau alle problemen tegelijkertijd en structureel aangepakt. Studenten die op zoek zijn naar een goede stageplek, maar ook scholieren uit het voortgezet onderwijs die met hun maatschappelijke stage worstelen, kunnen aankloppen bij een professioneel bureau. Dat heeft studenten en scholieren daadwerkelijk iets te bieden. Zij weten dat ze een leerzame stagetijd tegemoet kunnen zien.

Laterna Magica ontlast het eigen team, krijgt een schat aan basiskennis binnen (draaiboeken o.a.) en heeft bovendien voor de eigen school de beste krachten voor het uitkiezen. En laten we het belangrijkste niet vergeten: het leerbureau werkt zeer inspirerend naar de eigen leerlingen van de school. Bovenbouwleerlingen lopen stage bij het bureau en leren zo in een echte werkomgeving de eerste kneepjes van het (organisatie)vak. De jury kent aan Laterna Magica unaniem de eerste prijs toe in de categorie primair onderwijs.

Hieronder een filmpje van het project:

vrijdag 17 september 2010

Even voorstellen!!

De studentengroep van Jeantine Geleijnse:

Jeantine is onze instituutsopleider. Zij is docent van de PABO en lid van het opleidingsteam STAIJ.
Haar groep? Onze tweede- en derde jaars studenten, al behoorlijk ervaren en op weg naar de LIO.
Samen met Jeantine verdiepen zij zich dit semester in "leren en ontwikkelen".

Stage is begonnen!

De afgelopen weken zijn op de scholen van STAIJ alle studenten van de opleidingsschool gestart met hun stage.
De Lio-ers als eerste. Velen hebben vanaf de start van het jaar meegedraaid als volwaardige teamleden. Meehelpen met de inrichting van de lokalen, de eerste week soms volledig aanwezig zijn, de kinderen en ouders leren kennen. Alles met de bedoeling snel zelfstandig mee te draaien in het team.
Ondertussen zijn ook de oudere jaars studenten gestart. En, kunnen we als nieuwkomers de eerste jaars studenten verwelkomen van de HvA-PABO en de UvA-PABO. Al deze studenten zijn op de scholen ontvangen door of directie-leden of stage-coördinatoren en worden intensief begeleid door de mentoren (groepsleerkrachten) op de scholen.

We wensen iedereen veel leer-plezier!

maandag 30 augustus 2010

Universitaire PABO van start.

Vandaag is om 14.00 uur de Universitaire Pabo waar onze opleidingsschool partner van is officiëel geopend.
De wethouder van Onderwijs, de 5 deelnemende  Amsterdamse schoolbesturen, de Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam waren allen aanwezig om een goede start in te luiden.
Wij wensen Ineke Schaveling, de kersverse opleidingsmanager veel succes toe.

Op 14 september starten 12 kersverse UvA Pabo studenten bij ons op de opleidingsschool. Zij gaan stage lopen op de JP Coen, Laterna Magica, Steigereiland, de Pinksterbloem en de 5e Montessorischool.
De studenten zullen worden begeleid door Francine Jellesma (instituutsopleider UvA-Pabo), Olga Roos (academische opleider in school) en Willem Plomp (Opleidingscoördinator).
Naast een goede leerkracht basisonderwijs worden, zullen deze studenten zich ook specifieke onderzoeksvaardigheden eigen maken.

Filmbeelden van de opening zijn te zien op de volgende link: